Het is alweer 3 weken geleden dat Ajax historie schreef door met 1-4 te winnen bij Real Madrid. Daarmee plaatsten de Amsterdammers zich voor de kwartfinale van de Champions League. Deze prestatie vervulde vele Nederlanders met trots. Niet alleen vanwege de belangrijke punten op de coëfficiëntenlijst, maar ook vanwege de stijl waarmee Ajax Real Madrid versloeg. Met het 1-4-3-3-systeem als uitgangspunt, goed positiespel, initiatiefrijke spelers en veel druk vooruit zou het spel van Ajax zeker op de goedkeuring van Johan Cruijff gerekend kunnen hebben. Het Nederlandse voetbal zou er op z’n mooist zo uit moeten zien.

Wat we tijdens de interland Nederland – Duitsland van afgelopen zondag zagen, was ook het Nederlandse voetbal. Vanaf de tribune leek het erop dat Nederland verrast was door de 1-5-3-2 formatie met veel spelers tussen de linies van de Duitsers. Tot de rust bleef de oplossing uit en keken ‘we’ tegen een 0-2 achterstand aan. Een goede tactische ingreep van de technische staf van het Nederlands Elftal resulteerde erin dat het spelbeeld en de achterstand na rust werden omgebogen. Uiteindelijk de ploeg van Ronald Koeman na 90 minuten toch met lege handen.

Cruijff
De prestaties van Ajax in de Champions League en de wedstrijd van Nederland tegen Duitsland zijn voor mij twee voorbeelden die symbool staan voor ons voetbal. Veel dingen vanuit het ‘Cruijff-gedachtengoed’ moeten we koesteren, maar we moeten ons ook realiseren dat het voetbal in de afgelopen decennia een enorme transformatie heeft ondergaan.

Anno 2019 kenmerkt het voetbal zich door tactische flexibiliteit, kleinere ruimtes en toegenomen atletisch vermogen. Als ik in dit kader een brug sla naar het opleiden van jeugdspelers valt een aantal dingen mij al jaren op.

‘Met innovatie bedoel ik niet het klakkeloos kopiëren van trends in het voetbal zoals ‘gegenpressing’, half-spaces en het spelen met een vierkant op het middenveld.’

Veel clubs in het amateurvoetbal hebben een opleidingsplan voor het opleiden van de meest talentvolle jeugdspelers binnen de vereniging. Deze zijn online eenvoudig te vinden. Als je er eens een uurtje voor uittrekt om het opleidingsplan van één vereniging te lezen heb je eigenlijk al 95 procent van alle opleidingsplannen in Nederland gelezen.

Buurman
Ik durf de uitdaging zelfs wel aan om al deze plannen in één zin samen te vatten: wij willen onze meest talentvolle jeugdspelers opleiden in een aanvallend 1-4-3-3-systeem met opkomende backs, goed positiespel via het middenveld, klassieke buitenspelers en veel druk vooruit als we de bal niet hebben.

Betreffende plannen zijn natuurlijk met alle goede intenties samengesteld, maar ik vraag mij wel eens af hoe het komt dat wij in Nederland zo eensgezind lijken te zijn over het opleiden van jeugdspelers. Zijn we vastgeroest in onze eigen voetbalcultuur? Of is het kopiëren van het plan van de buurman misschien wel een stuk makkelijker dan het ontwikkelen van een eigen visie?

In mijn eerdere columns over video-analyse en de ‘spelregelcrisis’ riep ik op tot innovatie en dat zou ik nu weer willen doen. En met innovatie bedoel ik niet het klakkeloos kopiëren van trends in het voetbal zoals ‘gegenpressing’, half-spaces en het spelen met een vierkant op het middenveld, maar dingen doen die nog niemand anders doet.

‘Eigenheid’
In mijn ideale (amateur)jeugdopleidingen zou ik jeugdtrainers aanstellen die zichzelf willen en kunnen ontworstelen aan alles wat gebruikelijk is in onze voetbalcultuur. Wij moeten natuurlijk niet alles wat goed is overboord gooien, maar om echte innovatie op gang te brengen moeten we eerst radicaal anders gaan denken om daarna de nuance aan te brengen.

Bij het opleiden van jeugdspelers zouden bij mij niet de formatie, speelwijze of spelprincipes centraal staan, maar de ‘eigenheid’ van de jeugdspeler. Met eigenheid bedoel ik het profiel van een speler. Op welke onderdelen kan een speler zich verbeteren en op welke manier kan je deze specifieke speler het beste begeleiden?

‘De grootste ontwikkeling maak je immers niet in je comfortzone, maar (net) daarbuiten.’

Maar bovenal, wat zijn de kernkwaliteiten die van hem op termijn een speler van het eerste elftal kunnen maken? Dit vraagt om vakmanschap van een jeugdtrainer. Vanaf de leeftijdscategorie ‘onder 16’ zou er geëxperimenteerd kunnen worden met verschillende formaties en strategische keuzes.

Natuurlijk niet van week tot week, maar ik zou er geen enkel probleem mee hebben als de ‘onder 17’ in een 1-4-3-3-formatie speelt met agressieve pressing, terwijl de ‘onder 19’ in een compacte 1-4-4-2-formatie speelt. Sterker nog, ik zou dit toejuichen. Het gaat daarbij niet om het leren spelen in een andere formatie, maar vooral om spelers binnen hun ‘eigenheid’ in nieuwe situaties te brengen. De grootste ontwikkeling maak je immers niet in je comfortzone, maar (net) daarbuiten.

Intelligentie
De woorden van Charles Darwin van twee eeuwen geleden zijn vandaag de dag meer van toepassing op het voetbal dan ooit tevoren. ,,Het zijn niet de sterkste die overleven en ook niet de meest intelligente. Het zijn degene die het beste reageren op veranderingen.”

Laten wij spelers opleiden om binnen hun eigen kwaliteiten zo goed mogelijk om te gaan met veranderende omstandigheden zodat wij onze status als één van de beste opleidingslanden ter wereld in de komende jaren verder kunnen verstevigen.

Tekst: Thomas Duivenvoorden

Foto: Peter Teunissen

Lees ook:Één-tweetje: ,,De besturen van Katwijk en Quick Boys gaan met elkaar om de tafel”

POPULAIRE BERICHTEN