Terwijl Mike Verhoek naar z’n keuken loopt om twee kopjes koffie te gaan zetten, laat hij een notitieblokje liggen op de tafel in de tuin. Op het aanteken-schriftje staan de namen van zijn (oud-)teamgenoten gekalkt. ,,Dat is voor de boottocht, waarmee we het seizoen afsluiten, eind juni. Even kijken wie er kunnen en voor wie we nog wat moeten regelen vanwege het afscheid”, roept de 29-jarige verdediger vanaf het aanrecht.
,,Herken je de tuin trouwens?”, vraagt hij gelijk. ,,Je zal op social media die gasten van SJC hier wel eens hebben zien barbecue-en of beetje zien voetballen? Dat doen we altijd bij mij eigenlijk”, terwijl hij naar z’n tuin wijst, legt hij uit: ,,Ik heb wel een relaxt plekje hier. Die gasten komen hier graag. Ik regel het vlees wel en de barbecue. Als ze maar betalen.”
Het is Verhoek in z’n element. Laat hem maar de touwtjes in handen hebben. Thuis, maar ook op de club. Toch zal hij het langzaam uit handen moeten geven. Het gevolg van zijn eigen beslissing. Na elf seizoenen in de hoofdmacht van SJC is het tijd voor een stapje terug. ,,Stef van der Zalm neemt het regelen van dit soort dingen al een beetje over, hij is de vice-aanvoerder. Maar ik doe het nog graag.”
,,De afgelopen tijd heb ik wel eens gedacht: waarom is er nooit echt interesse getoond?”
Zittend in de tuin van de voetballer gaat het al snel over z’n laatste momenten als speler van de hoofdmacht van SJC. ,,Straks mag ik mijn polo inleveren, mijn tas. Maar omdat ik toch nog op zaterdag ga voetballen voelt het voor mij niet anders aan. Misschien volgend seizoen op de zondag.”
Verhoek krijgt er vooral tijd voor terug. Een kostbaar iets in z’n leven. Van drie keer trainen en de hele zondag kwijt zijn, naar één keer trainen en in ieder geval een vrije dag in de week terug. ,,Af en toe werk ik nog wel eens op zaterdagochtend. De zondagen gaan helemaal op aan SJC. Die krijg ik nu terug. Dat is fijn, ook voor m’n vriendin.”
De centrale verdediger was de afgelopen elf jaar niet anders gewend. Maar nu hij volop in z’n vaders bedrijf actief is, valt het hem steeds zwaarder. De voetballer staat ’s nachts rond één uur, half twee op, begint om half drie, drie uur diep in de nacht op het bedrijf en werkt tot de klok van elf. ,,Daarna ga ik naar huis en slaap ik tot half vijf ongeveer. Dan is het meestal weer rond zeven uur op de club melden.”
Capriolen
,,Er zijn wel eens momenten geweest dat ik tegen de trainer heb gezegd: sorry, ik trek het nu even niet. Gelukkig zijn de trainers altijd relaxt geweest. Dan mocht ik even een half uurtje op de massagetafel liggen, of bleef ik even op de club en ging ik alsnog naar huis om te rusten.”
Dat soort capriolen hoeft hij komend seizoen niet meer uit te halen als hij op zaterdag gaat ballen. ,,Met een leuke groep gasten hoor. Jongens als; Dandy Steenvoorden, Stijn Dahler, Sten Goosen, Bart Zonneveld, Sander van der Klugt en we schrijven Martijn Walter ook weer in. Gewoon voor als hij af en toe zin heeft.”

Onder de Noordwijkse zon begint Verhoek langzaam met terugkijken naar een schitterende carrière op de Lageweg. Een voetballoopbaan waar hij met hard werken zichzelf en zijn team uiteindelijk tot de Derde Divisie wist te schoppen. Nooit flirtte hij met andere verenigingen.
Althans, tot echte serieuze overgangen kwam het nooit. ,,De afgelopen tijd heb ik wel eens gedacht: waarom is er nooit echt interesse getoond? Je ziet toch ook jongens als Jordy Groot, of nu David Verweij en Timo Ruigrok naar andere clubs gaan. Nu zou ik het niet meer willen hoor, maar het zette me wel aan het denken.”
Ooit hengelde Voorschoten ’97, toen nog hoofdklasser, aan z’n diensten. Omdat het een zaterdagelftal was, moest Verhoek vanwege z’n werk gecompenseerd worden. De twee partijen werden daarna nooit echt serieus meer. Ook Excelsior Maassluis hing een keer aan de telefoon. Geen optie, te ver voor Verhoek. ,,En dit seizoen had UVS nog interesse. Maar wat moet ik in de Tweede Klasse als ik in de Vierde Klasse met een grote groep vrienden kan spelen?”
,,Dandy kwam laatst nog een keer met een heel plakboek aan. Hij had de krantenknipsels nog van elf jaar geleden.”
Het is altijd één van de redenen voor Verhoek geweest om bij SJC te blijven. Het is zijn club, met een groep vrienden, die ’toevallig’ ook lekker kunnen voetballen. Vooral de laatste drie jaar was het een genot om in SJC-shirt te mogen spelen, geeft Verhoek toe.
,,Ik denk dat het mijn beste jaren wel zijn geweest, ja. Voor de club, maar ook voor mij. Ik stond wel eens in het veld met David Verweij dat we 2-1 voorstonden en de tegenstander lange ballen ging spelen. Ideaal vonden we dat. Dan kopten we samen die ballen wel weer weg. Tegenstanders sneden zich juist in de vingers als ze dat gingen doen.”
Die plek in het veld gaf hem vertrouwen. Hij voelde zich daar het meeste op het gemak. Als jeugdige voetballer begon hij weleens voorin, sterker nog, daar maakte hij als voetballer van SJC z’n debuut. ,,Dandy kwam laatst nog een keer met een heel plakboek aan. Hij had de krantenknipsels nog van elf jaar geleden.”
,,Leuk om terug te zien. Ook van mijn debuut, JHR-uit. Ik was die dag daarvoor jarig. Ik was nog even in de kroeg geweest. Dat had ik aan mijn vrienden beloofd. Ik debuteerde onder Stefan Roodakkers. Mo Naciri was geblesseerd. Mocht ik in de punt beginnen. Bart Koppers daarachter en Jordy speelde nog linksbuiten. Dat staat ook in dat stukje. ‘De driehoek: Groot-Koppers-Verhoek konden elkaar blindelings vinden’. Ik scoorde toen ook de 3-1. Mooie dingen.”
Laatste herinneringen
Hij had nooit kunnen bevroeden hoe schitterend de elf seizoenen daarna zouden worden. Als de verdediger z’n laatste slok koffie neemt, denkt hij terug aan de meest bijzondere wedstrijden die hij heeft gespeeld. Een daarvan is een nog heel recente. ,,In Assen, bij Achilles 1894. Daar speelde ik zelf een heerlijke pot. Ik wist dat ik tegenover een spits stond, die er al 25 in had liggen.”
,,We werden thuis helemaal opgerold. We gingen die wedstrijd in met het idee: deze willen we gewoon winnen. We moeten kampioen worden. Als we die zouden verliezen, hadden we naar Leonidas gemoeten, en die hadden we ook niet zomaar gewonnen. Dan sta je bij wijze van spreken een week daarna gewoon tweede.”
,,Als je dan zo’n pot speelt, met een over-mijn-lijk-mentaliteit. Dat je ‘m dan 2-1 wint, maakt je hele dag. Maar weet je wat echt een belangrijk duel was? Dat was een paar jaar geleden uit tegen IFC, van Jack van den Berg. Toen wonnen we uit met 2, of 3-1. Dat was het jaar dat we promoveerden naar de Hoofdklasse, dat we die reeks van 16, 17 winstpartijen hadden neergezet.”
,,Het was een ultieme revanche voor ons.”
,,Dat was het moment dat wij als team dachten: wij hoeven eigenlijk echt van niemand te verliezen. Daar liepen toen drie, vier oud-profvoetballers tussen. De moed zakten bij hun in de schoenen, omdat elke keer iemand van ons er kort op zat. Dat soort potten kijk je met een mooi gevoel naar terug.”
,,Voor de nacompetitiewedstrijden tegen Boshuizen gold hetzelfde. Ik maakte zelf nog een goal in de thuiswedstrijd. Er zat nog een beetje emotie achter. Het was tegen een oud-trainer (Roodakkers red.) en de clubs lagen elkaar niet zo. Het was een ultieme revanche voor ons.”
Het was het begin van een gigantisch SJC-succes. Het succes dat jaren eerder was ingezet door vooral voor Noordwijkse jongens te kiezen bij de club. Verhoek was één van de stichters van dat succes. Hij zag met lede ogen aan hoe er soms tien jongens weggingen en er ook weer tien nieuwe werden gehaald.

Er kwam een goede lichting Noordwijkers aan die werd aangevuld met spelers als David Verweij, Rick van Dijk, Marvin Sloos en iets recenter spelers als Jeroen Dedel, Tom Duindam en Tom Broekhuizen. Toch valt na dit seizoen die hechte groep redelijk uit elkaar. Verweij vertrekt naar FC Lisse, Ruigrok naar VVSB. Steenvoorden en Verhoek stoppen, Dedel keert terug bij sv Hillegom.
Daarmee lijkt de club te moeten vervallen in oude taferelen. Nieuwe gasten van buitenaf halen. Iets dat ze juist hadden afgezworen de laatste jaren. Toch kunnen ze met de huidige situatie weinig anders, vindt ook Verhoek.
,,Er komen acht nieuwe jongens. Maar kijk, we zijn op een niveau terecht gekomen dat je het niet meer alleen met je eigen jeugd kan gaan doen, met jongens die een jaartje bij het tweede hebben gezeten. We zijn zelf de jongens die er met z’n tienen mee stoppen, dus we zadelen de club ook met een probleem op. We kunnen moeilijk zeggen tegen de club: ‘dit kunnen jullie niet maken.'”
,,Ik denk niet dat SJC er alles aan moet doen om in die Derde Divisie te blijven.”
,,Ik heb zoiets van: geef Sjaak Polak de kans om jongens te halen, samen met de technische commissie. Ik denk wel dat ze moeten kijken naar jongen met een goede kop. Maar ik heb er vertrouwen in dat Patrick van den Berg, John van der Zwet, Fred Bergman, Marc Steenvoorden (de TC red.) en Sjaak daar goed mee bezig zijn.”
,,Toen Kees Zethof coach was zei hij expres wel eens tegen jongens: jij gaat de eerste wedstrijd bij het tweede voetballen. Dan waren er jongens die zeiden: ‘dan kom ik niet’. Kees zei dan gelijk: ‘pak dan je spullen maar, dan hoef ik je niet meer te zien’. Ik ben benieuwd hoe Sjaak zulke dingen gaat aanpakken.”
,,Nu is het de vraag wat de club gaat doen. Wil je er als SJC graag in blijven met heel veel jongens van buitenaf. Het wordt best een interessant jaar. Ik denk niet dat SJC er alles aan moet doen om in die Derde Divisie te blijven. Als het nou een jaar niet loopt, ga dan geen gekke dingen doen en er het jaar daarna weer twaalf bijhalen. Dat heeft geen zin.”
Niet blij
,,De club krijgt nu ineens allemaal zaakwaarnemers die spelers aanbieden. Daar moet je als club mee uitkijken. Dat moet je niet willen. Je moet zelf een beetje in de buurt scouten. Lekker jongens die een stap willen maken bij SJC.”
Het laat de Noordwijker niet los. Het voetbal, de club. Ook al doet hij een stapje terug. ,,Als ik van mijn vriendin weg mag, ben ik er misschien op zondag nog wel af en toe. Ik ben nu vooral nog druk met het zaterdagelftal. Als bedrijf worden we sponsor. Daarvoor ben ik nu kleding aan het uitzoeken. Hoeveel tassen, bedrukking we nodig hebben etc.”
,,Het heeft allemaal wel wat voeten in de aarde gehad om een zaterdagelftal op te richten. Ze waren er binnen SJC in eerste instantie niet zo heel blij mee. Het is nu gelukkig van de grond. Ik wil sowieso niet stoppen met voetballen. De belangstelling van buitenaf viel dus wat tegen, maar ik denk dat veel clubs mij zien als een echte SJC-man. Weet je, het doet me verder ook niet zo heel veel. Ik heb gewoon zin in volgend jaar. Ik kijk er echt naar uit om met die gasten te gaan ballen.”
Foto’s: Johanna Wever






